Klassen

In De Valke hebben we kleine leerlingengroepen. Hierdoor kunnen de leerkrachten aandacht bieden aan elk kind,  worden problemen snel gedetecteerd en voelen leerlingen zich gemakkelijk thuis.

In het kleuteronderwijs worden onze kinderen verdeeld in leeftijdsgroepen:
K1: 2,5 en 3-jarigen
K2: 4-jarigen
K3: 5-jarigen
De peuters en de eerste kleutertjes zitten samen in één klas.
De tweede en derde kleuterklas zitten samen in één grote klas. De tussenmuur tussen twee klassen werd hiervoor verwijderd. Ze hebben twee leerkrachten. De ene juf werkt 4/5, de andere juf neemt ook de zorg bij de kleuters en het kleuterturnen voor haar rekening. Ze gaat ook in de peuter- en eerste kleuterklas om de zorgkindjes te helpen.

In het lager proberen we de leerlingen van de eerste graad in een apart eerste en tweede leerjaar te splitsen. In de tweede en derde graad vormen we graadsklassen. Zo vormen we 4 klassen:
L1
L2
L3/4
L5/6

We hebben ook een zorgleerkracht die de leerkrachten bijstaat bij de begeleiding van leerlingen. Zij komt op maandag en dinsdagvoormiddag volgens een vast rooster in de eerste en tweede graad en staat de leerkracht bij. Voor de rest werkt zij vraaggestuurd: kinderen testen, lees- en rekencontracten opvolgen,  extra uitleg geven aan een groepje leerlingen, …

Het derde en vierde leerjaar en ook het vijfde en zesde leerjaar vormen één groep. Dat noemen we een graadsklas. We leggen de werking even uit…

Vb.: De juf geeft een wiskundeles aan het derde leerjaar. Het vierde leerjaar werkt zelfstandig aan een taak. Als het derde leerjaar aan het werk kan, geeft de juf een les aan het vierde leerjaar. Kinderen uit de andere groep die een oefening tegenkomen die ze niet begrijpen, zoeken eerst zelfstandig een oplossing. Hiervoor hebben ze boekjes die ze kunnen raadplegen. Vinden ze de oplossing niet, dan zetten ze een kruisje bij de oefening en vragen ze nadien uitleg aan de juf. Ook andere leerlingen, die de leerstof al goed onder de knie hebben, kunnen uitleg geven. Zo leren de leerlingen erg zelfstandig werken en leren ze van elkaar.

Vb.: Een leerling van het vierde leerjaar begrijpt een stukje leerstof niet meer zo goed. De juf kan de leerling de uitleg van het derde nog eens laten mee volgen. Nadien kan de leerling weer verder.

Vb.: Een leerling van het derde leerjaar is voor een deeltje van de leerstof voor op de klasgroep. Deze leerling kan al bepaalde lessen van het vierde volgen.
In functie van de activiteit kunnen andere groepen gevormd worden, zoals onder ander bij:
- niveaulezen
- workshops muzische vorming
- uitwerken van projecten
- klasdoorbrekend werken op gebied van differentiatie voor rekenen en taal

Reacties zijn gesloten.